Beauty / Lichaam
Lichaam

Wat je gewoon niet moet zeggen tegen een klein iemand


In de wereld is het maar ongelijk verdeeld. De een zweeft met zijn hoofd in de wolken, terwijl de ander met beide, korte benen op de grond staat. Nee, kleine mensen zijn niet perse schattig. En nee, die kruk is ook niet nodig. Zucht.
 
Sommige mensen zijn ergens blijven hangen bij de één meter en een niet nader te noemen getal wat daarna komt. Er is niks mis met klein zijn, maar toch moeten sommige halfgare sukkels het altijd even opmerken. Ja, joehoe, al die grappen en grollen kennen we nu wel. Houd maar gewoon wijselijk je mond.

Kun je dat even voor me pakken? Oh nee, wacht, laat maar.
(Oké, je wilt me gelijk behandelen, maar ik kan niet alles. ECHT NIET!)
 

Oh, sorry, ik zag je niet.
(Ik ben klein, maar niet zó klein.)
 
Ze zeggen dat kleine vrouwen niet zo snel oud worden, hè?
(Ze zeggen ook dat kleine vrouwen prima kunnen aanvallen. Als kleine gemene eekhoorns.)

Kijk hoe klein je bent!
(Kijk eens hoe hard ik kan trappen.)
 
Ben je officieel dan ook een ‘klein persoon’ ?
(Ben jij officieel een echte eikel?)
 
Je bent zo schattig.
(Ja, en ook heel gevaarlijk.)
 
Weet je zeker dat je daarbij kan?
(Hmm, anders vraag ik jou in ieder geval niet om hulp.)
 
Wauw, ik lijk echt een reus vergeleken bij jou.
(Het is dat je het zelf zegt.)
 
Hé, dat heb ik zien hangen bij de kinderafdeling bij de C&A!
(En ik zag jouw vest bij dat vijftigplussers-zaakje op de hoek!)
 
Ach, je weet wat ze zeggen: kort, maar krachtig, toch?
(Wil je het uitproberen?)
 
Mag ik je even gebruiken als armleuning?
(Prima, gebruik ik jou als kapstok.)
 
-Versierpoging – Nou, als man hoef je in ieder geval niet geïntimideerd te zijn door je lengte.
(Als vrouw hoef ik kennelijk ook niet geïntimideerd te zijn door jouw ‘cocktailworstje’.)
 
Pff, jij kan tenminste hakken aan.
(Lief, maar zelfs dan ben ik nog kleiner dan iedereen.)
 

Ach, het leven is ook kort.
(Nog zo’n opmerking en jouw leven eindigt eerder dan dat van mij.)
 
Ik zal wel wat langzamer lopen, anders moet je zo rennen met die korte beentjes.
(Pas maar op, ik tackel je onderweg nog wel een keertje.)

In Disneyland zoeken ze altijd kleine mensen om in die kostuums te passen.
(Ze zoeken ook nog iemand die de rol van gemene heks wil vervullen.)
 
Yo! Smurfin! Alles goed?
(Yo, Gargamel.)
 
Weet je, als ik wil kan ik je écht in mijn koffer meenemen…
(Haha, en dan smokkel ik kilo’s cocaïne mee en pakken ze je bij de douane!)
 
Wil je een krukje?
(Ja graag. Om jou mee te slaan.)
 
-Op een festival als je bier bestelt- Uhm, weet je moeder dat je hier bent?
(Nee, weet die van jou het?)
 
Go shorty, it’s your birthday…
(Gewoon. Niet. Zingen.)
 
Raken je voeten de grond als je zit?
(Nee, maar ze kunnen prima je gezicht raken als je zo doorgaat.)
 
Kom, pak mijn hand maar als we oversteken. Misschien zien ze je niet.
(Dank je, klaar-over, duw ik je gelijk voor de bus.)
 
Als ik je in de tuin zet ben je mijn tuinkabouter.
(En dan help ik je hele tuin om zeep.)

Ben jij ook klein van stuk? Wat is het meest irritante wat iemand ooit tegen jou heeft gezegd?