Dit gebeurt er écht met de kleding die je terugstuurt van Shein

Fashion door Mare

Ja, online shoppen. We zijn er allemaal schuldig aan. Je bestelt twintig dingen “om even te kijken”, past alles thuis voor de spiegel, houdt misschien twee items en de rest gaat weer terug in die bekende retourzak. Klaar. Probleem opgelost. Of nou ja… voor jou dan. Want wat gebeurt er eigenlijk met die kleren nadat jij op “retour aanmelden” klikt? Veel mensen denken: het gaat gewoon terug het magazijn in en iemand anders koopt het later weer. Maar uit onderzoek blijkt dat het verhaal achter fast fashion-retouren een stuk slechter is dan dat. Wij leggen het aan je uit.

Retourneren is normaal geworden

Vroeger dacht je nog drie keer na voordat je iets terugstuurde, omdat het een langer proces was. Nu voelt het bijna alsof webshops verwachten dat je de helft retourneert. Vooral bij ultra fast fashion merken zoals Shein en Temu. Dat komt ook doordat alles zó goedkoop en snel is geworden. Mensen bestellen makkelijker “voor de zekerheid” meerdere maten of gewoon dingen die er op TikTok leuk uitzagen.

Een Zweeds onderzoek volgde de kleding

Een Zweedse krant wilde weten wat er nou écht gebeurt met retouren van Shein. Dus onderzoekers deden iets best slim: ze stopten verborgen trackers in kledingstukken die ze terugstuurden. Toen begon er ineens een wereldreis. De pakketjes gingen eerst naar warehouses in Europa, onder andere in Zweden en Polen. Sommige items bleven daar waarschijnlijk om opnieuw verkocht te worden. Maar zeker niet alles. Sterker nog: een groot deel van de kleren reisde uiteindelijk duizenden kilometers verder.

Lees hier ook: Vind je nooit iets leuks? Zo shop je tweedehands

Van Europa naar een woestijn in Chili

Ja, echt. Een deel van de gevolgde kledingstukken eindigde uiteindelijk in de Atacama-woestijn in Chili. En als je daar nog nooit van hebt gehoord: dat is inmiddels een soort gigantische begraafplaats voor fast fashion geworden. Daar liggen bergen kleding uit Europa en Amerika. Veel daarvan wordt nooit meer gedragen. Sommige kleding wordt doorverkocht, sommige verbrand en een groot deel blijft gewoon liggen in de natuur. Dit is extra problematisch omdat veel fast fashion gemaakt is van synthetische stoffen zoals polyester (oftewel: plastic). Die kleding breekt nauwelijks af en laat microplastics achter in de omgeving.

Waarom gooien bedrijven het niet gewoon opnieuw in de verkoop?

Omdat retourneren duur is. Kleding controleren, opnieuw verpakken, fotograferen, opslaan en weer verkopen kost bedrijven geld. En bij ultra fast fashion is het soms letterlijk goedkoper om kleding ergens anders heen te sturen dan alles opnieuw te verwerken. Dat klinkt absurd (is het ook), maar dat is dus het probleem van kleding die zó goedkoop geproduceerd wordt. De waarde van het product is soms lager dan de kosten van het retourproces zelf.

De reis gaat verder

Een deel van de kleding reisde daarna zelfs verder richting Bolivia, waar tweedehands kledingmarkten draaien op enorme hoeveelheden geïmporteerde kleding. Alleen gebeurt dat niet altijd legaal of transparant. In sommige gebieden is die handel verbonden aan smokkelroutes en illegale markten. Best bizar als je bedenkt dat het ooit begon als een pakketje dat iemand even dacht te terugsturen.

Moeten we nooit meer bestellen?

Dat is ook niet helemaal realistisch. Bijna iedereen shopt online en soms moet je gewoon iets terugsturen omdat het niet past of omdat de kwaliteit tegenvalt. Laat dit wel een reminder zijn dat die lage prijzen en eindeloze retourmogelijkheden uiteindelijk ergens anders een impact op hebben, ook als wij het niet zien. Misschien helpt het daarom al om iets bewuster te bestellen. Niet kopen met het idee dat je het toch wel terugstuurt en jezelf gewoon iets vaker afvragen: ga ik dit echt dragen?