Pietje is een nakomertje in het Rotterdamse arbeidersgezin Bell in de jaren '30. Hij is de oogappel van zijn vader die zijn boevenstreken vaak lachend door de vingers ziet. Pietje maakt het leven van zijn oudere zus Martha, zijn tante-met-een-wrat-op-haar-neus Cato en drogist Geelman continu zuur.