Over de vrouw die steeds dezelfde berg beklom

Je liep en je liep. Af en toe zag je mooie dingen onderweg, werd je aangemoedigd. Maar er waren ook momenten dat je bang werd. Want wat zou daar op de top van de berg zijn? Zou daar daadwerkelijk alles op je liggen wachten waar je zo naar verlangde? Je begon te twijfelen. Was het wel zo’n goed idee om uit je veilige omgeving weg te gaan, op zoek naar dat wat je zo mist? Misschien had je toch beter kunnen blijven waar je was. Zo slecht was het daar nou ook weer niet, ondanks het feit dat je hart zo hunkerde naar iets groters, iets mooiers, iets wat meer voldoening zou geven.

En terwijl je aan het lopen was werd de twijfel steeds groter en het geloof dat er daar op die top iets geweldigs voor jou zou liggen brokkelde steeds meer af. Misschien was het wel niet zo. Wie ben jij nou om te denken dat er meer voor je in het verschiet ligt? Heb jij wel recht op een leven vol overvloed, vrede en liefde? Al deze gedachten stemden je verdrietig en je merkte dat de reis naar de top steeds zwaarder werd. Toen je vlakbij was en je het beoogde doel bijna had gehaald was de moed je in de schoenen gezonken. En de angst dat je misschien nooit zou vinden wat je zocht werd te groot. Je keerde weer terug naar beneden, je rugzak stevig vasthoudend. Zo was de reis steeds gegaan en ook deze keer was het niet anders.

Nu sta je weer aan de voet van de berg. Je bent moe van het klimmen maar wilt de moed toch niet opgeven. Tijdens het uitrusten denk je alweer aan jouw volgende tocht. Want ooit moet het toch anders worden en beter gaan. Ik zit naast je, jij ziet mij niet. Maar het liefst zou ik je vast willen pakken en je willen troosten. Je willen laten zien dat de klim naar boven een illusie is. Ik zou je willen vertellen dat alles waar je naar verlangt niet buiten je ligt maar in jou is. Dat je alles waar je zo naar hunkert mag verwelkomen in het leven zonder dat je er voor hoeft te strijden, te klimmen of te vechten. Want jouw strijd laat alleen maar zien dat je gefocust bent op de afwezigheid van dat wat je wenst. “Stop met klimmen, stop met strijden!”, zou ik uit willen roepen. Want zolang je strijdt zal de afwezigheid van waar je naar verlangt alleen maar groter worden.

Maar ik zeg niks. Ik blijf alleen maar naast je zitten. Ik kijk naar je en zie een mooi, lief en bijzonder mens. In gedachte spreek ik de wens uit dat je op een dag, als jij er klaar voor bent, de handdoek in de ring gooit. De strijd staakt, stopt met klimmen en de aanwezigheid gaat ervaren van alles waar je zo naar verlangt. Die dag zal voelen alsof je de top van de berg hebt bereikt zonder dat je er ook maar één voetstap voor hebt hoeven zetten. Dat is mijn wens voor jou en tot die tijd blijf ik naast je zitten.