Lifestyle / Columns
Columns

Conducteur, bedankt!

"Je wordt opgehaald in Weesp, waar je om acht uur ’s avonds op het station verwacht wordt," aldus de intercedent. "Hier heb je een telefoonnummer, mocht je nog vragen hebben die avond," drukt hij me een kaartje in handen.

Die vrijdagavond vertrek ik vol goede moed naar Weesp. Vanavond werk ik voor een niet onbekend merk waarvan ik, samen met andere 'leuke, gezellige meiden' (aldus de intercedent), promotie-shotjes zou uitdelen. Zoals het een nette werknemer betaamt, ben ik om tien voor acht op station Weesp.

Ondanks de zomeravond is het station grauw en donker. Ik krijg een rilling en wacht geduldig bij de kaartjesautomaat, waar ik opgehaald word. "De andere meiden komen van locatie en worden opgehaald door de chauffeur die jullie naar de volgende kroeg brengt," had de intercedent me verzekerd. "Daarna word je netjes thuisgebracht. Gezellig, met die meiden in een busje en plezier maken," me met een "Succes hé!" uitzwaaiend.

Nu ik de wijzers van de stationsklok dichter naar de acht zie tikken word ik nerveus. Ook het ongure station en fluitende hangjongeren helpen niet mee. Om acht uur stipt kijk ik hoopvol links en rechts. Ik zie geen busje. Ik hoor geen busje. Misschien is het druk op de weg, file, de weg kwijt, probeer ik mezelf wijs te maken. Dat denkend verstrijkt de tijd tot kwart over acht en is het donker op het station.

Wanneer ik het nummer van het kaartje op mijn mobiel intik, kijk ik zenuwachtig waar de hangjongeren zijn. Op een veilige afstand. De telefoon gaat over. Een, twee, drie... "HALLO?! Hallo, met wie spreek ik?" vraagt de chauffeur aan de andere kant van de lijn luid, waardoor ik mijn telefoon ver van me af hou.

Ik hoor giechelende meiden op de achtergrond. "Ik wil ook een slokje," versta ik. "Euhm, hallo? begin ik, "Ik zou om acht uur opgehaald worden in Weesp voor de opdracht," probeer ik boven de herrie uit te komen. "Ja, ja, dat weet ik, hoe laat is het?" vraagt de chauffeur nonchalant. Terwijl ik precies weet hoe laat het is, kijk ik uit gewoonte op mijn horloge. "Kwart over acht geweest," antwoord ik, mijn irritatie bedwingend. "Ja, nou dat valt mee toch, we zijn er zo denk ik, ja, toch meiden?" roept hij joviaal in de hoorn. Ik hoor een koor van giechelende meisjesstemmen: "Ja!" antwoorden. Het volgende moment is de verbinding verbroken.

Verbouwereerd kijk ik naar mijn telefoon, alsof ik niet geloof wat er net is gebeurd. Toch besluit ik, tanden op elkaar, tot half negen te wachten. Helaas blijft het beloofde busje uit en probeer ik nog eens te bellen. Dit keer word ik weggedrukt en dat gebeurt ook de tweede en derde keer. Waardoor ik niet merk dat er drie hangjongeren naast me staan. "He schat," gaat er één voor me staan, "Je mag ook wel met mij mee naar huis,"zijn tanden bloot lachend en vrienden gniffelend.

Ineens heb ik het helemaal gehad. De intercedent, het busje, dit station, de nonchalante chauffeur met zijn busje vol 'leuke, gezellige meiden' en de hangjongeren. Ik ren naar het dichtstbijzijnde perron en wurm me net op tijd tussen de sluitende treindeuren. De adrenaline giert door mijn lijf.

"Dat was kantje boord hè?" vraagt een oudere dame met pareloorbellen. "Ja," zucht ik, terwijl ik neerplof in een lege coupé. Dan word ik boos. Wat had er wel niet kunnen gebeuren. Hoe lang had ik moeten wachten? De intercedent kan een flinke uitbrander verwachten maandag. Ik ben zo boos, dat ik niet merk dat er iemand naast me staat. Tot iemand mijn schouder vastpakt en vraagt: "Hebben wij een kaartje, jongedame?"

Ineens komt alles eruit: de boosheid, het enge station, de slechte communicatie. Ik begin een onbedaarlijk potje te janken. "Ik heb alleen een enkeltje, want ik zou thuisgebracht worden," snotter ik tegen de conducteur met zijn pet. "En ik stond daar maar te wachten en er kwam niemand, helemaal niemand!" vervolg ik. De conducteur schrikt van mijn huilbui en knijpt in mijn schouder. "Nou, het is goed zo hoor dame," terwijl hij zijn kaartjesknipper opbergt. Pas als hij de coupé verder inloopt, durf ik te kijken. De oudere dame uit de vorige coupé brengt een zakdoekje en ik snuit mijn neus.

Wanneer we Utrecht Centraal binnenrijden, voel ik me weer goed. Ik stap uit de trein en recht mijn rug. Ik loop naar de roltrap en word ineens bij mijn schouder gepakt. "Jongedame?" ik herken de stem van de conducteur van net. Oh shit, ik krijg toch een bekeuring, ik ben erbij, gaat door me heen.

"Hier, heb je een consumptiebon voor een kop koffie," duwt hij een bon in mijn verbouwereerde handen. "En kop op, voor zo'n leuke meid als jij zijn er nog veel meer jongens," knipoogt hij voordat hij op het fluitje blaast. Hij zwaait, ik zwaai terug en bovenaan de roltrap zie ik de trein vertrekken naar het volgende station.

Die maandag daarop heb ik inderdaad het uitzendbureau boos gebeld en bedacht ik dat ik de conducteur moest bedanken. Ik had zelfs al een brief klaar om naar de NS te sturen. Dat is er nooit van gekomen. Ik hoop maar dat zijn vriendin, die heel gelukkig moet zijn met zo’n lieve man, op Ze.nl leest.