Test: wat voor soort lach heb jij?

Vrije tijd door Fleur
Lachen: wie vindt het niet heerlijk? En ook: de lach van een ander is soms al net zo komisch als een bepaalde grap. Maareh, hoe schater jij eigenlijk? Met onZe test kom je erachter.

Gieren, brullen, het niet meer houden: er zijn zó veel benamingen voor wat je doet als je iets grappig vindt. Dat het in principe lachen heet, weet iedereen, maar hóe je dit doet, verschilt per persoon. Welke soort lach heb jij? Doe de test!
 


 
1. Een collega maakt een hi-la-rische grap. Jij…
A) Proest het uit.
B) Begint te giechelen.
C) Moet zo lachen dat je collega’s denken dat je een astma-aanval hebt.
D) Hebt minstens een uur nodig om bij te komen.
 
2. Jouw lach gaat altijd gepaard met…
A) Wat consumptie.
B) Niks. Geen overdreven gedoe voor jou.
C) Een knalrood hoofd.
D) Buikpijn en tranen in je ogen.
 
3. Als jij lacht, denken mensen...
A) Ha, mijn grap komt aan!
B) Vindt ze het nou écht leuk, of niet?
C) Zo, gáát het?
D) Nou, zó leuk was het nu ook weer niet wat ik zei.
 
4. Hoe zouden mensen jou op basis van je lach typeren?
A) Als een flapuit.
B) Als een echte dame.
C) Als de dorpsgek.
D) Als een levensgenieter.


5. Maak je zelf weleens grappen?
A) Ja, van die grotdroge.
B) Alleen als ik me heel erg op mijn gemak voel.
C) Ja, als ik uit mijn woorden kom van het lachen.
D) Voortdurend; het leven is één grap!

6. Wanneer schiet jij in de lach?

A) Als iemand iets droogs doet, zoals struikelen.
B) Als iemand iets doet waar ik niet tegen kan, zoals onder mijn voet kietelen.
C) Als iemand echt een steengoede grap vertelt.
D) Wanneer niet?

7. Als jij lacht...

A) Kijken mensen op om te achterhalen wat er opeens zo grappig is.
B) Kijken mensen niet zo snel op of om.
C) Trekken mensen hun wenkbrauw op, zich ondertussen afvragend of je water nodig hebt.
D) Begint iedereen spontaan mee te brullen.

8. Als mensen jouw lach met een geluid moesten beschrijven, zeggen ze...

A) "Ppppfffgrr!"
B) "Hihihihi."
C) "Hhhhhh."
D) "Hihihihahahoehoehoe. Hahaaaa!"
 


Meeste A: de proestlach
Heb je meestal A gekozen? Het is overduidelijk: jij bent een proester. Je kunt er niets aan doen, maar jouw lach klinkt even droog als het type grappen waar je om lacht. Je zou zó in Donald Duck kunnen, met een *proest!*-tekstballonnetje. 

Meeste B: de meisjeslach

Hoe grappig je iets ook vindt, in een scheur lig je nooit. Je houdt het bij een bescheiden 'hihihi' en hebt daarmee de meest vrouwelijke lach ter wereld. Niets mis mee; niet iedereen hoeft nu eenmaal te laten merken hoe grappig je iets wel niet vindt.

Meeste C: de bronchitislach

Gewoon lachen zit er voor jou niet in: zodra je begint, zetten je longen het nog harder op een piepen dan dol kuiken. Als jij lacht, krijg je dan ook vaak het advies te kappen met roken. Onzin. Je hebt gewoon ongevraagd een bronchitislach. Maar hé, het is wel jóuw lach.

Meeste D: de 'ik-geloof-dat-ik-erin-blijf-lach'

Je ziet het vaak genoeg: iemand begint te lachen, en iedereen om hem of haar heen doet spontaan mee. Dat is ook zo wanneer jij begint te hinniken: je kunt zó hard lachen, dat je erin lijkt te blijven, wat aanstekelijk werkt. Hilarisch!


Welk type lach heb jij?