Lifestyle / Columns
Columns

Ik op wintersport? Nooit!

Kan iemand voor mij het mysterie van de wintersport ontrafelen? Er lijkt een bepaalde verdeeldheid te bestaan tussen mensen die het fenomeen wél begrijpen en mensen die dat niet doen. Ik hoor beslist bij de laatste categorie.

Vanuit die positie verbaas ik mij dan ook met enige regelmaat over de categorie van mensen die het wél begrijpen. Een categorie die bestaat uit mensen die massaal naar de sneeuw trekken om daar van bergen af te glijden op één, of twee houten planken.

Ingepakt in een jas die zelfs een ijsbeer nog benauwt, wagen zij zich aan hoogtes om van te gruwelen en kou om van te verkrampen. Met een soort duikbrilachtige gevaartes op hun hoofd om hun ogen te beschermen (ik mis de snorkel) (en het koraalrif) en handschoenen die ruim drie kilo toevoegen aan de al veel te zware outfit. Ze banjeren - vrijwillig - door de sneeuw (nadruk op vrijwillig, wat wil zeggen dat ze géén nekschot riskeren of kans maken op een afgeslacht familielid), sterker nog: ze doen het met plezier. Ze genieten ervan, ze vermaken zich.


Ik vind het onbegrijpelijk en bijna bewonderenswaardig. De visualisatie van mijzelf op zo?n berg is namelijk dermate een ver-van-mijn-bed-show, dat ik mij nog eerder in bed zou betrappen bij Barack Obama na hem tegen te zijn gekomen in mijn stamcafé.

Ik op wintersport, het gaat gewoon niet gebeuren. Het gaat denk ik echt nooit gebeuren.

Het enige dat mij van gedachten zou kunnen doen veranderen, is een hersenaneurysma. Of twee. In dat geval zie ik mezelf wel van de steilste piste keilen, terwijl ik vreugdekreten uitsla. Maar op dat moment ben ik wel zó ver van mijn ware zelf verwijderd, dat ik naar alle waarschijnlijkheid schaamteloos mijn blote reet aan je laat zien als ik langs je ski.

Leg het me uit, categorie 1! Wat loop ik mis door deze overtuiging? En kom alsjeblieft niet op de proppen met het Après Ski Argument, want daarvoor ga ik wel naar een willekeurige foute bar in Nederland!

Daar kan ik me tenminste nog verstaanbaar maken als ik een biertje aftroggel van een zwakbegaafde.