Lifestyle / Columns
Columns

Handen in het haar

Maar ik ben vorig jaar verhuisd. Mijn kapper is nu ver weg. En omdat ik mezelf (nog) niet verwend genoeg vind om voor een kapper te reizen, koos ik een nieuwe kapper. Op vijf minuten loopafstand van mijn huidige woning. Van buiten zag het er netjes uit. Niet druk, maar dat zou juist wachttijd schelen, bedacht ik me.

Vol moed stapte ik bij de nieuwe kapsalon binnen. "Hallo," klonk het door de salon. Een jongedame van mijn leeftijd kwam op me af en ik zuchtte opgelucht. Iemand van mijn leeftijd geeft, hoe bevooroordeeld ook, mij een prettiger gevoel dan een kapster die al jaren in het vak zit, inclusief het volume uit de jaren '80.

"Waar kan ik je mee helpen?" vroeg ze. Goed, ik wil graag mijn puntjes geknipt en highlights. Het was tenslotte zomer en dan vind ik opgelichte lokken in mijn blonde manen altijd erg mooi. "Okay, dan mag je daar in de stoel plaatsnemen." Ik hing mijn jas op, nam wat glossy's van de tafel en liet me in de kappersstoel glijden.

"Hai," hoor ik achter me. Oeps. De kapster die al jaren in het vak zit. Met opgeföhnd volume in koperkleurig haar. Terwijl ze mij de cape omslaat vroeg ze met onvervalst accent: "Wat moet er gebeuren?" "Euhm," stotterde ik, aangedaan door deze onverwachte wending, "graag de puntjes en highlights." "Nee," zei ze. Nee?

"Nee, highlights moet je echt niet doen met jouw haar. Je hebt al zulk witblond haar van jezelf, dat ziet er niet uit." "Uh," stamelde ik, "ik heb dat al vaker gehad." Zonder naar mijn antwoord te luisteren, bevochtigde ze mijn haar met de plantenspuit en praatte onverstoord verder: "Nee, ik knip gewoon je puntjes."

Nu had ik natuurlijk kunnen opstaan en zeggen: "Luister Truus, Miep, Riet of hoe je ook heet - ik wil highlights, ik ben klant, het is mijn haar en als jij het niet doet ga ik naar mijn oude kapper, puh!" Maar, zo ben ik niet. Ik zit in de kappersstoel, op haar territorium, dus ik neem aan dat zij hier verstand van heeft. Ik blijf zitten. Mijn puntjes worden geknipt. Ik reken af. En loop naar huis.

Hierna volgden nog twee bezoeken. Eén waarin ik graag high- en lowlights wilde en hoopte een andere kapster te treffen. Die trof ik, maar Truus, Miep of Riet van de vorige keer kwam al snel aangespoed met de woorden: "De vorige keer hebben we dat ook niet gedaan, toch?" En mijn plan viel samen met de puntjes op de vloer in de salon. Mij kon je daarna ook opvegen.

Mijn laatste bezoek was vorige week. Ik wilde graag een rechte pony. "Pony's zijn helemaal 'uit'," aldus Truus, Miep of Riet. "Ik knip een schuine lok," en zo geschiedde. Maar, ik wilde geen kapsel dat 'in' is, had ik willen schreeuwen! Ik wil een rechte pony, want dat vind ik mooi! Bovendien: wat weet jij nu van 'in', opgeföhnde #@!&%! Haar twee handen op mijn bol bezorgden mij twee handen in het haar.

Dus, ik ga morgen naar de kapper. Ik moet er een stuk voor reizen, dat wel. Ik kan niet wachten mijn oude kapper te omarmen, vertellen wat ik wil, in de kappersstoel neer te vleien en tevreden terug naar huis te reizen. Verwend misschien, reizen voor 'mijn' kapper. Maar geen haar op mijn hoofd die twijfelt. Eigen haar (of kapper, in dit geval) is goud waard.