Lifestyle / Psyche & spiritualiteit
Psyche & spiritualiteit

Lotte heeft nyctofobie: 'Ik ben nog steeds heel bang in het donker'

Toen we klein waren, waren we allemaal weleens bang in het donker. Naarmate we groter werden, ging dat gelukkig over. Maar bij Lotte niet: “Ik heb het gevoel dat er in het donker iemand naar mij staart zonder dat ik het doorheb.” 
 
Veel mensen zijn alleen in hun kindertijd écht bang in het donker, maar Lotte (20) is dat nog steeds. Nyctofobie wordt het ook wel genoemd. “Nyctofobie betekent angst in de duisternis”, legt Lotte uit. “Voor mij betekent het dat ik niet graag in het donker ben, zowel binnen als buiten. Ik doe bijvoorbeeld altijd het licht aan op de overloop als ik ’s nachts naar de wc moet, want ook die paar seconden in het donker van mijn kamer naar de wc, zijn voor mij moeilijk. Het is namelijk zo dat ik in het donker geen controle heb over de ruimte en ik dus niet weet wat er in die ruimte gebeurt. Ik beeld me dan in dat er iemand bij me in de kamer kan zijn.” 
 
Starende mensen 
“Wanneer het precies is ontstaan, weet ik niet. Ik had als kind vaak nachtmerries en kroop dan bij mijn ouders in bed. Dat was nog op de basisschool, dus het is al heel lang geleden! Ik kan mij voornamelijk de nachtmerries herinneren en dat ik bang was om weer te gaan slapen zodra ik wakker was. Ook was ik bang voor gekke dingen in mijn kast of onder mijn bed”, vertelt Lotte. Voor haar gevoel kan er in het donker iemand naar haar staren zonder dat ze het doorheeft of kan iemand plotseling opduiken. “Ik denk dat ik die angst heb ontwikkeld door films waarin dit gebeurt. Ondanks mijn angst heb ik namelijk wel wat enge films gekeken. Ik wil tenslotte ook gewoon meepraten over films. Een tijdje terug keek ik bijvoorbeeld The Woman in Black. In die film verschijnt er een vrouw plotseling. Toen ik de film keek, schrok ik daar heel erg van en nu denk ik dat het ook in het echt kan gebeuren. Ik kan dan niet altijd beseffen dat die situaties alleen in films voorkomen.”
 
Gelukkig heeft Lotte er niet elke nacht last van. “Ik ben niet elke avond bang. Het gebeurt ook vaak genoeg dat ik er ’s avonds niet aan denk. Wel moet het licht altijd aan zijn. Op dat moment ben ik niet bang, maar voer ik gewoon mijn ritueel uit: ganglicht aan, dan het kamerlicht aan, dan het ganglicht weer uit, nachtlampje aan, kamerlicht weer uit en dan naar bed. Ik wil echt niet in het donker zijn.” Wanneer Lotte last heeft van haar angst, krijgt ze een hoge hartslag, angstige gedachten en een snelle ademhaling. Wat haar omgeving dan het beste kan doen, is bij haar zijn. “Als ik maar met iemand samen ben, dan is het goed”, legt Lotte uit. “Ook al zegt diegene niet dat hij of zij me beschermt, het voelt toch zo. Ook overdag heb ik er geen last van. Soms ook niet als ik alleen in het donker ben, maar op het moment dat ik me er bewust van word, word ik bang. Dan ga ik denken: waar kan ik bang voor zijn? En dan plotseling ben ik ook bang.” 

De verschrikkelijkste nacht 
Een van haar verschrikkelijkste nachten kan Lotte zich nog goed herinneren. “Normaal ben ik niet bang als ik bij mijn vriend slaap, maar er was een nacht waarop dit wel gebeurde. Opeens werd ik bang en wilde ik het licht aandoen. Ik vroeg aan mijn vriend of hij op de rechterkant van de kamer kon letten, dan lette ik op links. Mijn vriend kent mijn angst goed en begreep het dus wel. Na een korte observatieperiode merkte ik dat hij weer in slaap was gevallen. Ik werd daarom boos op hem omdat hij mij, in mijn ogen, aan mijn lot had overgelaten. Ik moest toen alles alleen in de gaten houden. Ik ben uiteindelijk uit vermoeidheid in slaap gevallen, maar ik was wel erg geschrokken van het feit dat ik bang was terwijl ik niet alleen was.” Niet alleen ’s nachts heeft Lotte last van haar angst, ook overdag komt het wel voor. “Als ik overdag in het donker ben, word ik ook bang. Zo heeft mijn badkamer geen raam en zit het lichtknopje aan de buitenkant van de badkamer. Soms beeld ik mij dan in dat iemand het licht vanaf de buitenkant uitdoet.” 
 
Als Lotte alleen is, kan ze er tegenop kijken om ’s avonds te gaan slapen. “Dan heb ik overdag nog nergens last van, maar als het donkerder en later wordt, begint de angst te groeien. Ook omdat ik dan naar buiten moet om mijn hond uit te laten en ik weet dat ik op een gegeven moment ook echt alleen naar mijn slaapkamer moet. Ik heb daardoor zelfs een keer op de bank geslapen met mijn hond in de kamer zodat ik niet alleen hoefde te zijn.” 
 
Behandeling 
Volgens Lotte is nyctofobie wel met gesprekken te behandelen, maar dat heeft ze zelf niet geprobeerd. “Ik heb namelijk altijd het idee dat ze mij hetzelfde gaan vertellen als iedereen doet: dat ik me eroverheen moet zetten en dat ik het gewoon moet proberen. Eigenlijk alles wat ik simpel gezegd niet wil horen.” Lotte test zichzelf wel door het licht uit te doen of door met haar rug naar de deur toe te slapen. “Ik denk namelijk dat een psycholoog dezelfde oefeningen zou geven. Door mezelf te testen, kom ik er vaak achter dat het inderdaad best meevalt en dat ik het prima kan.” 

“Momenteel loop ik stage. Ik doe een hbo-opleiding en ik ben 20 jaar. Volwassen genoeg om te kunnen slapen zonder een fel lichtje.” Toen Lotte dat besefte, had ze een mind switch gemaakt. “Ik begon mezelf dom te vinden dat ik zoveel licht nodig had. Ik wist namelijk prima dat er niks kon gebeuren. Ik heb toen het folie van het raam van mijn deur afgetrokken, dat had ik er ooit opgeplakt zodat mijn ouders niet konden zien dat ik stiekem tv keek. Ik deed daarna het ganglicht aan en alle andere lichten uit. Het kleine beetje ganglicht verlichtte mijn kamer en daardoor kon ik gerust slapen. Na een tijdje ben ik een klein stopcontactlichtje gaan gebruiken. Dit geeft mij nu voldoende licht om de ruimte te kunnen zien en dit gaat nu al een paar weken goed. Ik ben nog steeds weleens bang maar ik kan mijzelf nu vaker tot mijn verstand roepen.” 
 
De toekomst 
“Ik denk dat mijn angst altijd wel een beetje blijft”, vertelt Lotte. “Ik heb wel plannen om samen te gaan wonen, dus ik denk dat ik er minder last van ga hebben. Het samenwonen zou namelijk betekenen dat ik bijna altijd naast iemand slaap. Als ik dan alleen zou moeten slapen, zou ik ervoor kiezen om de hond bij mij te laten slapen. Als ik dat nu zou doen, doet mijn moeder me wat. Ik móet er van mezelf ook overheen komen. Stel dat mijn kinderen later bang zijn en naar mij toe komen, dan moet ik ze kunnen helpen en niet zelf ook doodsangsten uitstaan. Aangezien het nu al beter gaat, ga ik ervan uit dat het echt wel over zal gaan. Ik moet het gewoon in stappen oplossen. Ik kan nu al met minder licht slapen en ik durf de hond alleen uit te laten ’s avonds. Maar ik zal nooit alleen het park ingaan.”  
 
Dit artikel verscheen eerder op Ze.nl.