Na Laos, Vietnam en Cambodja ben ik nu weer terug in Thailand. De plek waar het grote avontuur een paar maanden geleden allemaal begon: backpacken door Zuidoost-Azie.

Zonder enige verwachtingen, maar wel met de nodige voorbereidingen, want, en ik hoor het mijn moeder nog zeggen: “Weet waar je aan begint, de landen die je gaat bezoeken lijken in de verste verte niet op het makkelijke, gereguleerde Nederland.” Nu had mijn bezorgde moedertje gelijk dat het compleet anders zou zijn aan deze kant van de wereld, maar het reizen en leven hier is mogelijk nog makkelijker dan in Nederland.

Nadelen backpacken
Veel mensen zijn altijd helemaal lyrisch over backpacken, maar ik moet bekennen dat ik er best tegenop zag. Ik zag mezelf niet met een enorme tas van hostel A naar hostel B sjouwen, elke keer dat ding in- en uitpakken, te weinig keus uit kleding hebben en toch veel te zwaar gepakt zijn. En hoe zou ik me eigenlijk van plaats naar plaats moeten verplaatsen? Zou het veilig zijn, zou ik geen enge ziektes oplopen (heb elke inenting gehaald die mogelijk is, maar toch), en hoe zou ik weten waar ik naartoe moet gaan?


Als je bijna zeven maanden op pad bent en veel van de wereld wilt zien, is backpacken toch wel de makkelijkste optie. Gelukkig is het reizen van hostel A naar hostel B me alles meegevallen. Het is leuk om elke keer een nieuwe plek uit te zoeken en het is een sport om een goede kamer te vinden voor een leuke prijs. De backpack uitpakken is niet zo moeilijk, maar op een efficiënte manier inpakken blijkt elke keer weer lastiger. Dat zal dan ook nooit mijn grootste hobby worden. Maar ik ben nu een paar maanden onderweg en mijn rugzak is niet alleen maar zwaarder geworden met souvenirs, maar ook met zo veel mooie en bijzondere ervaringen dat ik nu alleen maar kan lachen om alle zorgen die ik vooraf gemaakt heb.

Backpacken is makkelijk
Backpacken doet iedereen op een andere manier. Zo reizen sommige backpackers meer op een budget dan anderen en geven sommigen meer de voorkeur aan hiken door de bergen dan aan liggen in een hangmat op een eiland.  Maar waar iedereen het over eens zal zijn is dat backpacken in dit deel van de wereld erg makkelijk is. Als je een dag van tevoren besluit verder te reizen, is er vaak de keuze uit meerdere reisbureaus om een bus-, trein-, vlieg- of bootticket te kopen. Is je visum verlopen? Dan wordt er gewoon een visum-run voor je gedaan: even op en neer met je paspoort de grens met het buurland over. Het is allemaal zo veilig als je het zelf maakt en overal zijn backpackers waar je ervaringen mee uit kunt wisselen.


Soms is het allemaal zelfs zo makkelijk, dat het niet meer avontuurlijk te noemen is. Op een plek waar veel backpackers komen, kun je minstens overal WiFi verwachten, is er meer Westers eten dan Aziatisch en ziet de lokale bevolking je vaak als een wandelende portemonnee. Breng een bezoekje aan het prachtige tempelcomplex Angkor Wat in Cambodja en er staan gegarandeerd naast tempels ook toeristen op al je foto’s. Toeristen niet te verwarren met backpackers - te herkennen aan koffers in plaats van backpacks en vaak maar twee of drie weken op vakantie in plaats van een paar maanden.

Toeristisch vs onontdekt
In het begin heb ik nog geprobeerd om me er tegen te verzetten: mijn reisgenoot en ik zochten plekken op waarvan we hoopten en dachten dat er niet te veel toeristen zouden komen zodat we het echte Azië zouden leren kennen. Maar sinds de meeste reizigers met een Lonely Planet of andere reisgids reizen is deze kans vrij klein. Helemaal in de landen die wij bezoeken, waar de toeristensector al een paar jaar in ontwikkeling is. Nu hebben we wel paar keer zo’n plek gevonden. Daar was bijvoorbeeld geen elektriciteit, sliepen we bij de lokale bevolking en werden we omgeven door een schitterende natuur. Communiceren met de lokale bevolking bleek echter vaak lastig te zijn, omdat ze geen Engels spreken. Met handen en voeten kom je een heel eind, maar na een paar pogingen heb je dat ook wel weer gezien. De eerste dagen is het vooral lekker bijkomen en genieten van de rust. Maar ik geef eerlijk toe dat ik toch de voorkeur geef aan een plek waar er iets te doen is en iets meer mensen zijn waar je ook een gesprek mee kunt voeren, want een verlaten strand kan dan toch ineens wel erg verlaten zijn. Daar heb ik tot op de dag van vandaag niet de rust voor gevonden om daar eindeloos van te genieten. Ik was dolgelukkig toen ik na zo’n ervaring op het rustige eilandje Koh Mak (dichtbij de grens met Cambodja) weer naar Khao San Road in Bangkok ging. Dan maar overal backpackers, toeristen, WiFi, Westers eten en Thaise mensen die iets aan je willen verkopen. Ik had tenminste gezellige avonden en veel leuke mensen ontmoet. Zolang ik maar niet 24 uur per dag op zo'n plek hoef door te brengen, want ik ben tenslotte ook gekomen om iets van het land te zien en een andere cultuur te leren kennen.


De laatste keer dat we een poging waagden om ergens anders naartoe te gaan dan de plek waar iedereen samenkomt, was op Koh Phangan. Volgens onze reisbijbel was dit stuk van het eiland niet zo ver ontwikkeld als de plaats waar de Full Moon Parties - waar het eiland bekend om staat - gehouden worden, was er geen ATM, geen 7/11 (de Thaise supermarkt die overal is waar veel toeristen zijn) en een mooi, niet door drukte verpest strand. Voor de Full Moon Party zouden we wel een taxi pakken. Mooie middenweg, dachten we. Maar één dag in ons hutje in de natuur was meer dan genoeg. Het was zeker erg mooi, maar er was werkelijk niets te beleven. Het was er helemaal uitgestorven. De volgende dag zijn we verkast naar de plaats waar je, als je wilt, 24 uur per dag door kunt gaan. En vanuit deze plaats was het prima te doen om de rest van het eiland te verkennen. We hadden een geweldige tijd. Met aanpassen op de Full Moon Party hadden we geen enkele moeite: in iedere hand een bucket (waar het eiland overigens op draait), fluoriserende verf en dito kleding en dansen tot de zon opkwam. We zijn tenslotte toch op vakantie, al duurt deze vakantie iets langer dan normaal.

Aan alles komt een eind
Het einde zit er overigens nu wel aan te komen. Indonesië en Maleisië heb ik nog wel in het vooruitzicht, maar daarna is het grote feest afgelopen. Ik ben misschien niet in de wieg gelegd voor de back-to-basic variant van backpacken of voor het opzoeken van het grote onbekende avontuur. Dat ik duiklessen heb genomen was voor mij meer dan avontuurlijk genoeg. Dan hang ik liever de toerist uit. Kom ik toch op heel veel mooie plekken, alleen met mij heel veel andere mensen ook. Zolang ze niet in de weg staan als ik foto’s wil nemen, vind ik het goed.

Lees hier de Backpacker deel 1!
________________________________________________________________________________________

Esmee is single en afgestudeerd, moest haar huis uit en het contract bij haar toenmalige baan liep af. Mooie gelegenheid om voor een langere tijd naar het buitenland te gaan. Niet alleen om te reizen, maar ook om te werken. Ze heeft sinds november vorig jaar in Chiang Mai, Thailand gewoond en gewerkt. Sinds februari reist ze door Zuidoost-Azië. Ze neemt jullie graag mee op al haar avonturen.