Een knobbeltje in mijn borst. Tijdens het douchen voel ik het en krijg de bevestiging van mijn vriend F. "Bel de huisarts even", is zijn reactie. De volgende dag rijden we naar het ziekenhuis voor een mammografie.
“Het kan even pijnlijk zijn”, zegt de röntgenlaborante vriendelijk wanneer mijn borst tussen twee platen wordt platgedrukt. Pijnlijk vind ik het niet, wel vind ik het schrikbarend hoe weinig er van mijn, toch al kleine borstjes, overblijft. “Is dit bij andere vrouwen ook zo plat?”, vraag ik quasi nonchalant en tegen beter weten in. “Elke borst is anders”, antwoordt ze ongemakkelijk. “Maar voor uw leeftijd heeft u nog mooi veel klierweefsel.” Zonder er enig verstand van te hebben, is dat vanaf nu mijn nieuwe trots.
Wachtend op de uitslag van de radioloog vraagt F. of ik nerveus ben. Ik antwoord ontkennend, ik doe graag stoer. Dat hij mijn klamme hand los moet laten, omdat ik voor de vierde keer moet plassen negeren we even. Ik ben wel degelijk nerveus. Nadat er een aantal jaar geleden afwijkend weefsel in mijn baarmoedermond is gevonden en er vier operaties volgden ben ik angstig geworden voor wat er in mijn lichaam zit en niet hoort.
Een radioloog met een grote, gifgroene bril vraagt ons binnen in zijn steriele, witte kamer. De foto van mijn borst vult het beeldscherm van zijn computer. “De knobbel is een onschuldige cyste”, begint hij. Een gevoel van verlichting gaat tot m’n tenen. “Maar naast de cyste laat de foto een afwijking zien, kalkspatjes.” Hij wijst naar een plek op de foto. Ik knijp m’n ogen tot spleetjes en zie inderdaad witte stippeltjes. “Kalkspatjes kunnen een kwaadaardig aspect hebben, maar maakt u zich nog geen zorgen.” Kalkspatjes? Ik had er nog nooit van gehoord. Er volgt een uitleg die ik niet meer meekrijg. De foto, de medische termen en de groene bril leiden me af. De afspraak voor een biopsie een week later wordt gemaakt.
De week naar het onderzoek toe heb ik strak ingedeeld. Hoe drukker ik het heb, hoe minder ik aan kalkspatjes en cystes hoef te denken. Ik werk vast vooruit en we hebben elke avond eters. De zoekterm ‘kalkspatjes’ heb ik zo veel mogelijk op Google proberen te vermijden. Ik voel me goed, maar toch is er een stemmetje in m’n hoofd dat vaak mijn aandacht opeist. Een diepe, zware radioloogstem.
De dag van het onderzoek voelt bijna alsof ik jarig ben. Mijn familie, goede vrienden bellen me vroeg in de ochtend en F. maakt me wakker met koffie en de laarsjes die ik al zo lang wilde hebben. De tijd lijkt teruggedraaid naar het moment dat de eerste biopt uit m’n baarmoedermond werd genomen. Opeens voel ik een enorme huilbui opkomen, maar weet deze nog even uit te stellen. Ik doe wat mascara op en trek m’n nieuwe laarsjes aan. Ik ben er helemaal klaar voor. Maar toch ook weer helemaal niet.
Keurig op tijd word ik door de assistente gehaald. F. fluistert in m’n oor dat ik de mooiste kalkborstjes van de wereld heb. Mijn liefde. De radioloog bekijkt, verplaatst, trekt en komt na een uur tot de conclusie dat er geen biopt genomen kan worden. Het weefsel zit te dicht onder de huid en zal door een oncologisch chirurg bekeken moeten worden. Teleurgesteld trek ik mijn bloesje over mijn roodverkleurde borst.
De chirurg heet Martijn, heeft een vrouw en twee kinderen, maar stiekem ook een affaire met de verpleegkundige die naast hem loopt én de receptioniste. Althans, dat hebben F. en ik zo bedacht. We verzinnen verhalen bij de mensen in het ziekenhuis. Je moet toch wat om de wachtruimtestilte te verbreken. Martijn blijkt bij binnenkomst Gerard te heten en wijst ons op twee stoelen voor zijn 24inch beeldscherm waar wederom mijn borst schermvullend op te zien is.
De chirurg brengt goed nieuws. De hoeveelheid en omvang van de afwijking ziet er naar zijn mening nog onschuldig uit, zodat hij een operatie niet noodzakelijk vindt. Hij stelt voor om over zes maanden opnieuw een mammografisch onderzoek te doen om te zien of de kalkspatjes zijn veranderd. De opluchting is groot en ik heb vooral zin om het ziekenhuis uit te lopen op zoek naar koffie en appeltaart. Een groot stuk.
Natuurlijk zal ik het over zes maanden weer spannend vinden. Natuurlijk spookt het af en toe door m’n hoofd. Maar de diepe, zware radioloogstem is veranderd in een kleine, lievere versie die maar heel soms aanwezig is.
Heb jij ook weleens in een soortgelijke situatie gezeten?
“Het kan even pijnlijk zijn”, zegt de röntgenlaborante vriendelijk wanneer mijn borst tussen twee platen wordt platgedrukt. Pijnlijk vind ik het niet, wel vind ik het schrikbarend hoe weinig er van mijn, toch al kleine borstjes, overblijft. “Is dit bij andere vrouwen ook zo plat?”, vraag ik quasi nonchalant en tegen beter weten in. “Elke borst is anders”, antwoordt ze ongemakkelijk. “Maar voor uw leeftijd heeft u nog mooi veel klierweefsel.” Zonder er enig verstand van te hebben, is dat vanaf nu mijn nieuwe trots.
Wachtend op de uitslag van de radioloog vraagt F. of ik nerveus ben. Ik antwoord ontkennend, ik doe graag stoer. Dat hij mijn klamme hand los moet laten, omdat ik voor de vierde keer moet plassen negeren we even. Ik ben wel degelijk nerveus. Nadat er een aantal jaar geleden afwijkend weefsel in mijn baarmoedermond is gevonden en er vier operaties volgden ben ik angstig geworden voor wat er in mijn lichaam zit en niet hoort.

Een radioloog met een grote, gifgroene bril vraagt ons binnen in zijn steriele, witte kamer. De foto van mijn borst vult het beeldscherm van zijn computer. “De knobbel is een onschuldige cyste”, begint hij. Een gevoel van verlichting gaat tot m’n tenen. “Maar naast de cyste laat de foto een afwijking zien, kalkspatjes.” Hij wijst naar een plek op de foto. Ik knijp m’n ogen tot spleetjes en zie inderdaad witte stippeltjes. “Kalkspatjes kunnen een kwaadaardig aspect hebben, maar maakt u zich nog geen zorgen.” Kalkspatjes? Ik had er nog nooit van gehoord. Er volgt een uitleg die ik niet meer meekrijg. De foto, de medische termen en de groene bril leiden me af. De afspraak voor een biopsie een week later wordt gemaakt.
De week naar het onderzoek toe heb ik strak ingedeeld. Hoe drukker ik het heb, hoe minder ik aan kalkspatjes en cystes hoef te denken. Ik werk vast vooruit en we hebben elke avond eters. De zoekterm ‘kalkspatjes’ heb ik zo veel mogelijk op Google proberen te vermijden. Ik voel me goed, maar toch is er een stemmetje in m’n hoofd dat vaak mijn aandacht opeist. Een diepe, zware radioloogstem.
De dag van het onderzoek voelt bijna alsof ik jarig ben. Mijn familie, goede vrienden bellen me vroeg in de ochtend en F. maakt me wakker met koffie en de laarsjes die ik al zo lang wilde hebben. De tijd lijkt teruggedraaid naar het moment dat de eerste biopt uit m’n baarmoedermond werd genomen. Opeens voel ik een enorme huilbui opkomen, maar weet deze nog even uit te stellen. Ik doe wat mascara op en trek m’n nieuwe laarsjes aan. Ik ben er helemaal klaar voor. Maar toch ook weer helemaal niet.

Keurig op tijd word ik door de assistente gehaald. F. fluistert in m’n oor dat ik de mooiste kalkborstjes van de wereld heb. Mijn liefde. De radioloog bekijkt, verplaatst, trekt en komt na een uur tot de conclusie dat er geen biopt genomen kan worden. Het weefsel zit te dicht onder de huid en zal door een oncologisch chirurg bekeken moeten worden. Teleurgesteld trek ik mijn bloesje over mijn roodverkleurde borst.
De chirurg heet Martijn, heeft een vrouw en twee kinderen, maar stiekem ook een affaire met de verpleegkundige die naast hem loopt én de receptioniste. Althans, dat hebben F. en ik zo bedacht. We verzinnen verhalen bij de mensen in het ziekenhuis. Je moet toch wat om de wachtruimtestilte te verbreken. Martijn blijkt bij binnenkomst Gerard te heten en wijst ons op twee stoelen voor zijn 24inch beeldscherm waar wederom mijn borst schermvullend op te zien is.
De chirurg brengt goed nieuws. De hoeveelheid en omvang van de afwijking ziet er naar zijn mening nog onschuldig uit, zodat hij een operatie niet noodzakelijk vindt. Hij stelt voor om over zes maanden opnieuw een mammografisch onderzoek te doen om te zien of de kalkspatjes zijn veranderd. De opluchting is groot en ik heb vooral zin om het ziekenhuis uit te lopen op zoek naar koffie en appeltaart. Een groot stuk.
Natuurlijk zal ik het over zes maanden weer spannend vinden. Natuurlijk spookt het af en toe door m’n hoofd. Maar de diepe, zware radioloogstem is veranderd in een kleine, lievere versie die maar heel soms aanwezig is.
Heb jij ook weleens in een soortgelijke situatie gezeten?
Like Ze.nl op facebook
Girlscene
Ze
Fashionscene
Beautyscene
Shopscene
FashionsceneTV
Shopgids
Good2b
Chicklit
24H Beauty deal
Vrouwen.nl
Moviescene
























































Heel herkenbaar! Net als Floor vertelde, heb ook ik een fibroadenoom. Het is zo naar om te weten dat er iets in je lichaam zit dat er eigenlijk niet hoort. Bedankt voor je verhaal, over een paar maanden vast weer goed nieuws!
Dank voor de leuke reacties!
Gelukkig een goedaardige afloop, Suzanna en Floor!
Ik heb hetzelfde meegemaakt bij mijn moeder en dat bleek uiteindelijk ook niks ernstigs te zijn. Maar ik snap wat je doormaakte, je moet erg lang wachten op een nieuwe afspraak en tot die tijd zit je eigenlijk de hele tijd doemscenario's te verzinnen in je hoofd.
Wat een verhaal.
Ik hoop ook dat de volgende uitslag ook zo positief is!!
Heel goed en tegelijkertijd grappig opgeschreven zeg! Heftig!
Wat een geruststelling om te horen dat het voor nu goed is en het niet geopereerd hoeft te worden!
Ik ontdekte bijna 3 jaar terug een knobbeltje in mijn borst en na vele onderzoeken bleek het een fibroadenoom, een goedaardige tumor. Een half jaar later is het operatief verwijderd en nog geen half jaar na deze operatie ontdekte ik een nieuw knobbeltje. Ik was enorm geschrokken en zag een nieuwe operatie echt niet zitten, aangezien ik nog maanden last had gehad van de vorige operatie. Ik ben snel weer naar het ziekenhuis geweest en de radioloog verzekerde me dat het weer goedaardig was. Ook vertelde hij dat deze goedaardige knobbeltjes in principe niet meer operatief verwijderd worden en dat het gewoon kon blijven zitten. Wát een opluchting :).
Wat een goed geschreven stuk, Inez! Ik leefde helemaal met je mee. Leuk dat je ondanks de spanning toch de humor erin wist te houden. Maar wat zul je nerveus zijn geweest!
Hoop dat de uitslag over zes maanden ook weer geruststellend zal zijn.