Om blunders van anderen kunnen wij allemaal lachen, maar wat als je zélf een grote blunder begaat? Je kunt op dat moment wel door de grond zakken! Vijf meiden biechten aan Ze.nl hun ergste sportblunder op.

Maartje (24): “Tijdens het hardlopen heb ik altijd nogal last van ehm… gasontwikkeling. Juist. Dit schijnt heel normaal te zijn, maar toch vind ik het nooit echt handig. Als je in je eentje in the middle of nowhere aan het rennen bent is het niet zo erg, maar als je samen met iemand rent, of – nog erger – in een groep, kan ik me voorstellen dat het voor de mederenners niet heel smakelijk is. Op één avond, nu ongeveer een jaar geleden, heb ik het wel heel bont gemaakt. Mijn darmen waren al bij de start flink bezig… De route die ik liep ging die avond gelukkig langs een weiland waar alleen wat koeien stonden, dus toen ik het écht niet meer hield kon ik in de berm fijn mijn gang gaan. Gelukkig is er niemand langsgekomen…”

Willemein (25): “Toen ik nog trouw iedere week naar de sportschool ging, deed ik vaak samen met mijn vriendin een groepsles steps. Die stapjes op en af de step gaan altijd vrij snel, maar met onze dansskills die we opgedaan hadden tijdens onze jarenlange jazzballetperiode moest het toch wel goed komen. En op zich ging het ook altijd wel goed, totdat ik een keer keihard middenin de les over m’n step struikelde en vol op m’n plaat ging. BAF! Alsof dat niet erg genoeg was lag mijn vriendin he-le-maal in een deuk en kwam ze gewoon écht niet meer bij. Fijn als je op zo’n manier het middelpunt van de les bent…”


Faye (22): “Zo’n vijf jaar geleden besloten mijn vriendinnen en ik, na jaren ballet, dat we iets nieuws qua sport wilden gaan doen. Na het overdenken van de vele opties bedachten we dat hockey wel iets voor ons zou zijn. We richtten een vriendenteam op en al snel gingen we ook aan wedstrijden meedoen. Geen van ons had ooit iets aan hockey gedaan en dus verloren we wedstrijd na wedstrijd. In een poging ons laatste beetje eer te redden, zetten we alles op alles om de laatste wedstrijd van de competitie te winnen. Tijdens de wedstrijd kwam ik, zeer zeldzaam, aan de bal, en rende het veld over richting het doel. Dat niemand van de tegenpartij me probeerde aan te vallen zei me niks, dat al mijn teamgenoten m’n naam riepen deed me fantastisch voelen en zélfs bij het zien van mijn vriendinnetje in keepersoutfit voor het doel ging er nog geen belletje rinkelen. ‘Deze bal zit sowieso!’, dacht ik fanatiek en vrij overmoedig, terwijl ik de bal roekeloos in het doel van, juist, mijn eigen team probeerde te scoren. Gelukkig voor het team raakte de bal de lat, maar iets minder gelukkig voor mij kaatste de bal met volle snelheid terug, vol op m’n oog. Gevolg: een zware hersenschudding en een dik, blauw oog. Ik heb de wedstrijd met een zak erwten uitgezeten en heb dan ook besloten om de komende jaren enkel te trainen voordat ik weer eens aan een hockeywedstrijd meedoe…”


Fieke (22): “Op de middelbare school deden we, tijdens de laatste gymles voor de vakantie, altijd iets extra leuks. Het welbekende Apenkooien, een minitoernooitje tegen andere klassen of het Vliegend Tapijt. Bij deze laatste werd de grote, dikke mat aan de touwen gebonden en werd het heen en weer geslingerd als een, juist, vliegend tapijt. Eén voor één mochten we dan op de mat klimmen als deze helemaal naar achteren slingerde, om er vervolgens overheen te klauteren en er dan op het hoogste punt weer af te springen. Onze lerares benadrukte nog dat je, hoe dan ook, absoluut niét omhoog moest komen als de mat op een bepaald punt slingerde – dan zou je er namelijk af vliegen. Om dat daadwerkelijk te doen was al bijna onmogelijk, maar voor de veiligheid werd het wel benadrukt. Wat doet Fieke? Juist, Fieke krijgt het voor elkaar om, op de een of andere manier, omhoog te komen op precies dát punt. Waardoor Fieke bijna van de mat afvliegt. Een klasgenoot die net op de mat was geklommen wist mijn benen nog vast te pakken, dus ik viel niet, maar voor de rest van de klas zag het er vast hilarisch uit dat ik met mijn bovenlichaam buiten de mat aan het bungelen was. De lerares vond het alleen iets minder grappig.”

Joyce (24): “In de sportschool probeerde ik eens indruk te maken op de nieuwe, wel erg leuke receptionist. Vanuit de receptie kon je zó de zaal inkijken en ik wilde er dus voor zorgen dat ik me van mijn beste kant zou laten zien. Ik besloot om eens niet voor de standaard groepsles te gaan, maar was van plan om me uit te gaan sloven op de loopband. Verder liep ik nooit hard, dus die loopband was wel even wennen voor me. Na drie iets te snelle kilometers was ik bekaf en omdat ik niet aan warming up of cooling down had gedaan, deden mijn spieren al na dat kleine beetje sporten ontzettend pijn. Toen ik, op mijn charmantst en met mijn mooiste glimlach, weer langs de receptie strompelde, kwam ik erachter dat Mr. Perfect inderdaad naar me had zitten kijken. Maar ik kwam er ook achter dat het de nieuwste personal trainer van de sportschool was. ‘Voortaan moet je wel iets langzamer gaan op die loopband, hoor’, was het enige dat hij tegen me zei…”

Lees ook de vorige edities van ZeBlundert!

Wat is jouw ergste sportblunder?