Ik voel het tijdens de beslissende race, op het podium, bij de huldiging. De adrenaline, het toekijken en dan ‘Jaaaaa, we hebben ‘m!' Die medailles, ze zorgen ervoor dat ik het niet droog houd. Niet alleen bij Nederland…

Ik vind de Olympische Spelen magisch. Al van kleins af aan. Nu ik ouder ben, hoe meer de vanzelfsprekendheid geldt dat de Olympische Spelen 24/7 aan staan. Welke sport? Het maakt me geen donder meer uit. Alles is even spannend om te volgen! Ik heb zelfs voor het eerst in mijn leven twee keer de normaliter saaie wegwedstrijden van het wielrennen afgekeken. Met luid gejuich wanneer de eindstreep naderde. Uiteindelijk toevallig wel voor één Nederlandse, ‘onze’ Marianne Vos. Maar de ander, een kerel uit Kazachstan werd net zo enthousiast door mij onthaald. Alsof ik er zelf bij was.


Emotioneel wrak
Het maakt iets in me los. Het is het gevoel van een meerjarenplan en nu de daadwerkelijke uitvoering. Ook dat het een toernooi is. Doch wil iedereen winnen, doch gunt iedereen het elkaar. Dat saamhorigheidsgevoel raakt me. Dat raakt me zelfs zodanig dat ik het bij geen enkele race, bij geen enkel volkslied, bij geen enkel podiumoptreden, geen enkel fout Holland-house gespring – droog houd. Begint dat emotionele (zonder de welbekende time of the month, zonder in de overgang zitten, zonder moedergevoelens) nu al?

Trots
Ja. Dat begint nu al. Ik kan genieten van zowel de intense blijdschap als de intense teleurstelling. De intensiteit ansich. Deze mensen trainen hier vier jaar voor (en vaak veel langer) en verdienen de beste plek. Helaas is er maar één beste plek te vergeven, maar wat gun ik ieder van hen een medaille. Nog bijzonderder als je bekenden (of teer ik misschien nu al teveel op hun bekendheid?) hebt binnen de Olympische spelers. Een oud-klasgenootje van de middelbare school die geweldig is in beachvolleybal en een oud-tegenstandster / lieve kennis / vriendinnetje van vriendinnetje die haar vaste basisplek veroverde in het hockeyteam. Daar kan ik dan zo trots op zijn! Terwijl ik weet dat één van de twee mij lange na niet meer herkent. Dat doet er niet toe. Ik herken hen.


En ik kijk naar hen. En ik juich ze toe. En ik huil met ze mee. Het wij-gevoel waar Mart Smeets het zo vaak over heeft, herken ik. Met iedere sporter, maar natuurlijk extra met Marleen Veldhuis, Churandy Martina, Epke Zonderland en Dorian van Rijsselberghe. Verder herken ik overigens niets in wat die goede man zegt. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen.

Janken
En ik mag bekennen. Ik jank tijdens de Olympische Spelen wat af. Het prikken in m’n ooghoeken, de trillende onderlip en de brok in de keel; ik heb ze de afgelopen dagen al verschillende keren mee mogen maken. Ze duiken op en I can’t help it. Of het nu een Wit-Russische kogelstoter is, de world famous Usain Bolt, de laatste race van Michael Phelps of onze eigen golden queen Ranomi Kromowidjojo; het is me om het even. Kan niet wachten tot over vier jaar, dan mag ik weer ongegeneerd mijn tranen van geluk laten gaan.

Keek jij vaak naar de Olympische Spelen afgelopen weken?