Pubers. Poeh. Ik heb er twee, en hoezeer ik ze ook liefheb, soms zou ik ze met diezelfde liefde en plezier voor mijn part op Marktplaats willen zetten. ‘Gratis af te halen: twee slopers voor breekwerk, van zowel zenuwen als huis.’
 
Ik heb er een van zestien en een van dertien. De wereld zou ik aan hun voeten willen leggen, maar dat is nu juist zowat het stomste wat je bij iemand van die leeftijd kunt doen. Mijn wereld stamt tenslotte uit de tijd van Jezus, ik sta al met één been in het graf. Die wereld, die ontdekken ze zelf wel. Ze maken me dat ook erg graag duidelijk; wat weet ik nu helemaal, mijn leven is al voorbij.
 
Soms, als ze slapen, ga ik even stiekem bij ze kijken. Dan zien ze eruit alsof ze nog steeds heel klein zijn, en om op te vreten. Tijdens het kijken, door vertedering overspoeld, denk ik: 'Ik heb waarachtig engelen gebaard. Niet te geloven.' Dat die engeltjes me overdag vaak wat minder vertederen, maar juist de gedachte aan kalmerende middelen oproepen, vergeet ik dan gemakshalve even.
 
 
Bijna-hartaanval
De meest recente bijna-hartaanval die ik kreeg betrof de telefoonrekening. Zó schattig, dat de jongste een vriendinnetje heeft, echt. Ik begrijp als geen ander dat je daar dan het liefst 24 uur per dag mee in contact blijft. Het feit dat daar kosten aan verbonden zijn kwam alleen even niet in het verliefde brein op. Oeps. Kennelijk ben ik niet de enige met gaten in het geheugen. Helaas waren die kosten, in tegenstelling tot mijn slapende schatten, allerminst vertederend.
 
Mijn ogen rolden bijna uit mijn hoofd toen ik de betreffende afschrijving onder ogen kreeg, ik snapte al niet waarom die op zijn rekening gebounced was. Maar dat werd me gelijk duidelijk, víjf-hón-derd-víjf-en-tách-tig euro?! Het eerste wat in me opkwam: dat kan niet. Zijn nummer is gehackt. Moet wel. Een stomverbaasde telefoniste van de provider (“Ik heb 63 pagina’s voor me, met 2089 sms’jes, heeft uw zoon misschien een eigen bedrijf?”) verschafte opheldering: allemaal naar hetzelfde nummer. Het nummer van zijn uitverkorene.
 
 
Confrontatie
Wat doe je in zo’n geval? Tot tien tellen werkte niet, en tot honderd deed het hem ook niet. Enigszins tot bedaren gebracht door minstens drie kwartier stairmaster besloot ik de confrontatie aan te gaan. De kans op ongelukken was nu wat minder aanwezig.
“Ik ben best benieuwd wat je dacht eigenlijk, toen je om de drie seconden een bericht stuurde. Je had niet zoiets van, ik ga een beetje over m’n bundel heen?”
“Ik dacht er niet bij na.”
“Je dacht er niet bij na. Oké. Ook niet toen je dat drie weken lang, ongeveer vijftien uur per dag deed? Heb je überhaupt geslápen?”
“Ja dûh, tuurlijk wel. Het kan toch, dat je eens ergens niet bij nadenkt? Gewoon.”
 
Tijd om mijn kaak van de grond op te rapen en vertroosting te zoeken bij een fles wijn. Dat bracht perspectief. Na onmiddellijke inbeslagname van het voorwerp in kwestie (exhibit A: Blackberry) werd de schuldige veroordeeld tot minstens één dag per week koken als taakstraf, samen met stopzetting van zakgeld per direct en een gedwongen folderwijk ter schadevergoeding. Ik zou hem eens leren nadenken, zeg. Ha!
 
Maar toch hou ik van die krengen. Gewoon. 
 
Lees ook de vorige columns van Daniëlle!
________________________________________________________________________________________

Daniëlle de Mol Moncourt (1969) geniet ervan met een knipoog naar dagelijkse dingen te kijken.

Ze is moeder van twee hevig puberende zonen - waarbij ze die knipoog meer dan hard nodig heeft -, schrijfster en journalist. Buiten dat houdt ze van sporten, heeft ze een hardnekkige chocoladeverslaving en wijst ze een lekker wijntje ook niet af.

In haar columns observeert ze mensen, de dingen die ze doen en waarom ze dat doen. Wat drijft ze? Een enorm gebied wat haar verbeelding steeds weer opnieuw prikkelt.

Over haar sportavonturen schrijft ze op haar blog serendipityddmm.blogspot.com.