Zomaar, uit het niets, kreeg ik de kriebels. Een soort confrontatie met mijn geweten. Mijn bak popcorn en ik zaten weer eens gezellig samen voor de TV toen het gevoel me op de schouders tikte...

Ik realiseerde me spontaan dat ik al drie maanden niet had gesport! Te druk, geen zin, overwerk en regen waren de welbekende, slappe smoezen. En ik was aangekomen, ik voelde het aan mijn water. Heel zachtjes liep ik naar mijn platte vijand onder het bed (alsof dat iets uit zou maken?!).

Maar de weegschaal was uiteraard onverbiddelijk. Vijf kilo erbij. Balen met hoofdletter B. Vijf kilo aankomen kwam echt niet alleen door mijn luiheid en gemakzucht, maar ook omdat mijn koelkast en voorraadkast altijd té prettig waren gevuld. En ik zo moeilijk nee kan zeggen als iemand een 'gezellig' stuk appel-notentaart voor mijn neus schuift. En ik doe ook nooit moeilijk over een roséetje meer of minder. Heerlijk! Lang leven het Bourgondische leven! En dus ook lang leven mijn cheesecakebuikje... Die er inmiddels weer aanzat. En die ik er twee jaar terug op mijn tandvlees had afgesport en afge-SonjaBakkert.
“Getver, wat ben ik toch een slappe trut”, zei ik tegen mijn vriend die uiteraard niet wist waar deze moodswing over ging.
“Wat is er dan?”, vroeg hij.
“Ik haat het! Ik haat het dat ik zo van eten hou!”, gilde ik.


Aanleg
“Maar je bent toch helemaal niet dik?!”, hoor ik vaak verontwaardigd als ik toch semi probeer iets lekkers af te slaan. En inderdaad, dat klopt. Ik ben ook niet dik, als in heel erg corpulent. En ik hou vaak zelfs van mijn gevormde vrouwenlijf! Maar de moeite die ik daarvoor moet doen... ik kan er niet over uit wat een gruwelijke hekel ik daaraan heb. Waar andere dames lekker kunnen eten waar ze trek in hebben, moet ik bij elk wijntje, toetje of dinertje nadenken wat ik die dag al op heb. Ik heb namelijk, zoals ze weleens zeggen, 'aanleg'. Ik kom dus al aan als ik naar eten kíjk. Nou ja, bijna dan. En er zijn geen verklaringen voor, geen schildklierprobleem, geen stofwisselingsgedoe, en dus ook geen idee wat dan wel. De dokter vermoedt iets erfelijks (bedankt, pa en ma) maar ik kan er verder ook weinig meer over zeggen dan dat ik op mijn voeding moet letten en 'lekker veel moet sporten'.

Sportgruwel
Kijk. En dáár ligt nu juist het euvel. Dát is het issue. Ik zal dan ook openlijk, hier en nu, heel eerlijk, ongecensureerd en tevens ook voor het eerst en publique toegeven: ik haat sporten. En niet een beetje. Nee. Ik moet mezelf echt dwíngen om te gaan. Terwijl ik het ook echt wel weet, die hele riedel over dat het gezond is, je bloedsomloop verbetert, je op gewicht blijft, je conditie optimaliseert en zelfs je huid en haar ervan opknappen. En ik heb mezelf ook serieus heel lang laten geloven dat ik het écht lekker vind, vier keer in de week zwoegen tussen de zweetoksels en opblaasknapen. Totdat ik weer op gewicht was. Het werd winter en de jurkjes en bikini’s gingen de kelder in, het was koud en die knussigheid thuis... tja... en bij gezelligheid hoort eten, toch? En ik was toch ook netjes afgevallen? Dan kan dat ene toetje/cupcakeje/snoepje/stukje tiramisu vast geen kwaad.


Opnieuw beginnen
Maar tegen jezelf liegen is nog erger dan tegen een ander. Dat sportschoolpasje ligt al een tijd te verstoffen in mijn boekenkast, mijn maandelijkse contributie is een soort sponsoring geworden. En ik was ondertussen de eigenaresse van twee extra lovehandles. “Nog vijf maanden voor onze bruiloft! Kom op”, zei ik tegen mezelf. Zuchtend liep ik naar mijn Sonja Bakker-boek. Ik zal toch weer moeten beginnen. Van voor af aan. Ik trek mijn sportoutfit aan en pak mijn autosleutels. De telefoon gaat: “Schatje! Ik heb de baan, ik ben aangenomen!”
“Wow gefeliciteerd!” zeg ik blij.
“Trek jij vast een roséetje open, om het te vieren? Ik kom er nu aan“, gilt hij nog voor hij ophangt.
Ik trek mijn sporttenue weer uit en schenk twee glazen koude rosé in. Sonja Bakker ligt op het aanrecht, weekmenu 1 opengeslagen.

Morgen begin ik. Echt. Afgesproken.