Het fenomeen Schiphol is en blijft magisch. Landende vliegtuigen, See Buy Fly-winkels die smeken om je vakantiegeld en de Frappuccino van Starbucks. Love the place. Eén aspect trekt echter de meeste aandacht: de steward(ess).

Zoals vele vakantiegangers bevind ook ik me minimaal eens per jaar op de happiest place on earth. Nee. Niet Disneyland. De voorpret op Schiphol geeft immers zoveel meer voldoening dan het zien van een bezweet hoofd achter de neusgaten van Goofy. Met een volle reistas - de koffer bevindt zich al in een staat van overgewicht - is het bijna onmogelijk om niet door de vertrekhal te huppelen. Doen we natuurlijk niet. Heb je binnen twee seconden zes douanemensjes bovenop je liggen. Maar dat mag de pret niet drukken. Een nieuw parfumflesje, twee nieuwe boeken en een Chocolate Cream Frappucino rijker - of armer - zit ik gezellig met zuslief te kletsen, totdat mijn ogen eindelijk hebben gevonden waar ze al de hele tijd naar op zoek waren.


Het groepje stewardessen dat langsloopt trekt niet alleen mijn aandacht, maar vrijwel iedereen zit hen aan te gapen. Het is eigenlijk net zoals in de film Mean Girls. Zij zijn de Queen Bees. Wij hun puisterige onderdanen. Voor vijf seconden wil ik dan ook niets liever dan bij dit groepje gladgestreken mantelpakjes en parmantige hoedjes horen. Vergetend dat een mantelpakje godvergeten gruwelijk bij me staat. Maar dat is niet het enige wat een stewardess tot een stewardess maakt en de Queen Bee status geeft. Nee, het draait om een knikje in het hoofd. Een knikje dat niet naar de grond is gericht - zoals bij de meeste vrouwen op straat - maar juist de lucht in gaat. Een knikje dat de gemiddelde vrouw tot een ongelooflijke takkesnol maakt, maar geheel past bij de air van een stewardess. Het ‘stewardessen-hoofd-knikje’.

Appeltje eitje?
In het vliegtuig verdwijnt het knikje - dankzij de aanwezigheid van een laag plafond – en besef ik me dat het aanmeldformulier voor de stewardessenopleiding toch niet nodig zal zijn (serveren van drankjes, incest in de stewardessen-piloten familie, elke keer weer voordoen hoe die klotegordel om moet). Binnen vijf minuten weet ik mijzelf weer te overtuigen van de nutteloosheid van stewardess zijn. Je serveert drankjes, draagt een mooi pakje en kijkt in de lucht. Is toch een eitje?


Totdat ik met zuslief weer terugvlieg van ons vakantieparadijs. Terwijl het vliegtuig nog aan het klimmen is, begint er zich een enorme brandlucht door het vliegtuig te verspreiden. Panisch kijken we de daaropvolgende minuten naar de steward die tegenover ons zit en ondanks de vele telefoongesprekken die hij in het Spaans voert, kun je maar één ding concluderen: Dead Calm. Het feit dat deze man zelfs met een gier in de motor, kotsende passagiers en een aanwezige piloot in het passagiersruim nog een uiterst kalme expressie op zijn gezicht weet te  toveren, is toch applaudisseerwaardig.

Je begrijpt: mijn fascinatie voor de stewards en stewardessen is alleen maar toegenomen. De behoefte om ooit bij dit groepje te horen echter niet. Eén death scare was genoeg om voortaan met de auto op vakantie te willen.

Lees ook de vorige columns van Jerney!
________________________________________________________________________________________

Jerney van Poorten - een 25-jarige in ontkenning - heeft een ‘overdose’ aan fantasie, een boel sarcasme en een afkeer voor mensen die altijd drie zoenen moeten geven.

Wekelijks schrijft ze op haar blog http://schrijftaal.blogspot.com over alles wat in haar ogen bijzonder interessant is. Zoals George Clooney of ruziën in bed. De columns zijn niet politiek correct, maar gelukkig ook nooit politiek: "Want dat is voor oude mannetjes met hangbillen", aldus Jerney.