Je hebt weleens van die momenten dat je terugdenkt aan je leventje als single. Aan alle gekke avonturen, het flirten, het kijken naar en het praten over mannen. Of aan de 'zielige' zondagen, alleen op de bank, met chocola om je te troosten.

Toen ik nog single was, was mannelijke aandacht voor mij hetzelfde als overleven. Ik maakte er dan ook een sport van om zoveel mogelijk items (mannen) te verzamelen. Ik verdeelde ze in categorieën: de 'hier wil ik nou wel eens een beschuitje mee eten'-categorie, de 'ik heb zin in een gesprek op hoog niveau'-mannen en mijn collectors items. Alle drie onmisbaar op dat moment in mijn leven. Mijn collectors items waren de mannen die ik het leukste vond, zij hadden het allemaal: humor, goed karakter, heerlijk lichaam en van tijd tot tijd kon je hier ook een goed gesprek mee voeren. Tot deze categorie behoorde slechts één man en hij was voor mij onbereikbaar. Ik deed het dus met de twee andere categorieën.  


Back in the days
Even een weekendje net als toen. Een verkleedpartij, luide muziek op de achtergrond, borreltje, wijntje, hapje en op naar het feestje. Ik sta voor mijn kledingkast, die na mijn roofpartij inmiddels leeg is. Al mijn kledingstukken heb ik zojuist op de grond gesmeten of over het bed heen gegooid. “Ik heb niks leuks!”, roep ik richting de gezellige woonkamer. Mijn vriendinnetje Anne geeft gehoor aan mijn noodkreet en komt me helpen. “Maar dit jurkje heb je gisteren toch gekocht? Waarom doe je dat niet aan dan?”, en ze kijkt me aan met een verbaasde blik. Zo gaat het iedere keer. Ik koop een geweldig jurkje voor een 'speciale' gelegenheid als een avondje Bloemendaal en dan trek ik toch mijn heerlijke spijkerbroek aan. Na wat aandringen en smeekbedes, besluit ik te luisteren naar Anne en ik trek toch mijn jurkje aan. Het zit wat ongemakkelijk, maar goed we doen het er maar mee.  We duiken met z'n tweeën op de spiegel en smeren hier en daar wat rotzooi op ons gezicht. “Anne, zou jij me willen helpen met die troep voor op mijn oogleden?”, vraag ik. Anne komt me helpen, maar legt me nogmaals uit dat dit oogschaduw heet. Wat Anne niet weet, is dat ik dit prima zelf kan, maar ik vertik het. Het duurt me te lang en ik heb geen zin om erover na te denken. Gelukkig heb ik een Anne. Na een make-up en haarsessie vertrekken we richting Bloemendaal om daar lekker te dansen en feesten. Misschien dat we nog een leuk item voor mijn vriendinnetje tegen het lijf lopen?

Bloemendaal
Het weer is heerlijk in Bloemendaal, de sfeer is perfect en de stemming zit er goed in. Dit zou weleens een goed avondje kunnen worden. “Laten we de dansvloer onveilig maken!”, schreeuw ik. We stormen de dansvloer op en gaan heerlijk uit ons dak totdat ik een hand op mijn heup voel. Vroeger had ik me door de hand laten lijden (na een duim ter goedkeuring te hebben gezien van Anne) en had ik heerlijk met 'm gedanst. “Blijf van me af, viezerik!”, roep ik en ik geef hem een tik op zijn hand.


Ik draai me om, om te zien welke lafaard mij aan durft te raken. En in plaats van dat hij zich omdraait, wegloopt en daarna niet meer terug komt, zegt hij: “Hoi Renske, lang niet gezien.” Hij heeft inderdaad een bekend gezicht, maar ik zou toch echt niet weten waarvan. Oh, wat vervelend! Ik weet het echt niet. Ik krijg het warm, mijn wangen worden rood, en ik heb last van lichtelijk klotsende oksels. “Je weet het echt niet meer hè?”, vraagt hij zielig. Misschien ken ik hem van tv of ben ik hem weleens tijdens een dansopdracht tegengekomen. Ik geef het op. “Sorry, misschien kun je me helpen, want ik heb wat gedronken en ben het een beetje kwijt!”, lieg ik. Oké, er zitten drie wijntjes in, maar dat heeft echt geen invloed op mijn geheugen.

Nick
“Ik ben het, Nick!”, zegt hij met een felle ondertoon. Het is Nick? Wie is..? Oooooh het is Nick! En dat ik Nick ben vergeten is misschien niet zo raar, maar dat ga ik hem nu niet meer uitleggen. Nick is er eentje uit de beschuitcategorie. En ik heb met hem weleens een beschuitje of twee gegeten. Laat ik het erop houden dat ik niet dol ben op meergranenbeschuit, en hij nou zo’n typisch meergranengevalletje is. “Sorry, Nick! Natuurlijk ben jij het, haha! Grapje, ik wist heus wel wie je was hoor!”, lieg ik alweer. Nick tuint volledig in mijn gelogen verhaal en we kletsen wat. Wanneer ik weer terug naar mijn vriendinnetjes wil en hem heb uitgelegd dat ik nu een relatie heb, ontzettend gelukkig ben, en heel veel van mijn vriendje houd, lacht hij me uit. “Je bent gek. Hartstikke gek. Een relatie? Waar is die leuke Renske gebleven?”, vraag hij.


Leuke Renske
“Waar is die leuke Renske gebleven?”, is de enige vraag die de hele avond blijft hangen. Was ik toen zo’n leuke Renske en nu geen leuke Renske meer? Eigenlijk vind ik mezelf veel leuker nu dan toen. Ik stelde de meest verschrikkelijke eisenlijstjes op waar mannen aan moesten voldoen. Ik hees mezelf in onprettige jurkjes, push-up beha’s en achterlijke make-up, om er leuker uit te zien. Niet voor mezelf hoor, maar voor een ander. Ik deed me anders voor. Ik was namelijk heel erg stoer, en niemand kon mij pijn doen; ik was zogezegd onsterfelijk. Toch heeft het spelen van dit toneelstuk onderdeel uitgemaakt van mijn leven en heb ik het ook heel erg leuk gehad. Maar nu ben ik veel gelukkiger dan toen ik nog single was…

Hoe kijk jij terug op jouw single leventje, of op jouw relatie nu je misschien single bent?